De EUDR is de Europese wet die verbiedt dat producten op de markt komen waarvoor bos is gekapt – denk aan hout, soja, palmolie of cacao. De meeste bedrijven weten intussen of die wet op hen van toepassing is. De moeilijkere vraag komt daarna: wat betekent dat concreet op de dag dat een verkoper een nieuwe klant binnenhaalt of de aankoopdienst met een nieuwe leverancier begint te werken? Bij Agricon uit Balen begon het traject nog met die eerste vraag – de producent van bodembedekkers, potgronden, organische meststoffen en houtpellets startte praktisch van nul – maar het werk zat in het tweede deel. Na drie maanden lag er een overzicht van wat nog ontbrak, een actieplan met een duidelijke volgorde, en een handboek op maat van het bedrijf: een document waarin elke medewerker terugvindt wat hij of zij moet doen.
Onze klant Agricon (Balen), producent en verhandelaar van natuurlijke producten: bodembedekkers, potgronden, organische meststoffen, houtpellets, briketten en boomschors
De uitdaging De verplichtingen van de hele groep omzetten in afspraken waar de medewerkers echt mee kunnen werken – zonder dat er intern al kennis over de wet aanwezig was, terwijl leveranciers hun gegevens moeilijk konden aanleveren en de wet zelf nog werd bijgestuurd
De oplossing Eerst in kaart brengen wat onder de wet valt en wat nog ontbreekt, dan een actieplan met een duidelijke volgorde, en tot slot een handboek op maat dat de verplichtingen omzet in concrete taken per functie

Op 27 september 2026 moet je B2C-communicatie in lijn zijn met de EmpCo-richtlijn. Vage claims over duurzame eigenschappen van producten zijn dan niet meer toegelaten. Waar focus je de komende weken op, en wat kan je daarna nog aanpakken?

Hoe pak je het aan wanneer je eigen kwaliteitslabel – en decommunicatie eromheen – grondig herbekeken moet worden in het licht van deEmpCo-richtlijn? Een sectororganisatie die een gevestigd kwaliteitslabel voorconsumentenproducten beheert, klopte hiervoor aan bij Pantarein. Deze caseillustreert hoe zo'n traject er in de praktijk uitziet.
.jpg)
Wie zich in corporate waterstrategie verdiept, botst vandaag al snel op een alfabetsoep van kaders: Aqueduct, SBTN, AWS, CDP, GRI 303, ESRS E3, TNFD, CEO Water Mandate … Ze hebben elk een eigen doel en functie, en zijn zelden onderling uitwisselbaar. In deze insight brengen we structuur in dat landschap. Ontdek hoe de kaders elkaar aanvullen en de bouwstenen vormen van een robuuste waterstrategie.

Terwijl Vlaanderen opnieuw kampt met hittegolven en droogte, groeit de druk op bedrijven: water wordt schaarser, regelgeving strenger en de impact op de bedrijfsvoering almaar concreter. Toch wordt het risico vaak pas zichtbaar wanneer het te laat is – bij een droge zomer, beperking op grondwaterwinning of wanneer een leverancier moet afschalen. In dit artikel laten we zien hoe je van waterrisico naar waterstrategie gaat.
Onze regio behoort tot de waterarmste van Europa. Volgens de Aqueduct Water Risk Atlas van het World Resources Institute overtreft de Vlaamse watervraag nu al structureel het aanbod. Vlaanderen heeft een negatieve waterbalans – en de druk op het grondwater blijft jaar na jaar toenemen.
De oorzaken versterken elkaar. Intensieve landbouw en industrie vragen veel water. Door de hoge verhardingsgraad infiltreert regenwater minder gemakkelijk in de bodem. En klimaatverandering leidt tot extremen: hevigere regenbuien die rivieren en rioleringsnetten overbelasten, afgewisseld met langere periodes van droogte die de waterreserves uitputten. De droge zomers van 2017, 2018, 2022 en 2025 waren geen uitzonderingen, maar signalen van een structurele verschuiving.
Voor bedrijven die afhankelijk zijn van water – in sectoren als voeding, chemie, farmaceutica, textiel en papier – vertaalt die ontwikkeling zich in concrete risico’s: waterschaarste, beperkingen op grondwaterwinning, strengere lozingsnormen en stijgende kosten voor waterinname en -verwerking.

Veel bedrijven die door de EU-Omnibus buiten de CSRD-scope vallen, merken dat de druk vanuit hun keten daarmee niet verdwijnt. Klanten, moederbedrijven en banken blijven ESG-vragenlijsten sturen – over CO₂-uitstoot, arbeidsomstandigheden, governance en due diligence in de keten. Als leverancier of partner ben je misschien niet verplicht om over die thema’s te rapporteren, maar als je de relatie met je sleutelpartners wilt behouden, kun je die vragen moeilijk negeren.

Op 12 augustus 2026 treden de eerste PPWR-verplichtingen in werking. Het is dus kort dag, maar in de praktijk stellen we vast dat veel bedrijven nog niet klaar zijn. De praktische vertaalslag blijkt complexer dan verwacht. Wat verandert er concreet over zes weken, en waar lopen organisaties nog op vast?
.jpg)
Steeds meer bedrijven krijgen van klanten de vraag om hun duurzaamheidsprestaties te bewijzen via een EcoVadis-score. Wat verklaart die evolutie, hoe verloopt een EcoVadis-traject, en is er een wisselwerking met duurzaamheidsrapportage? In dit artikel gaan we dieper op die vragen in.
.jpg)
Op 3 juni sloot de openbare consultatie over de vereenvoudigde ESRS. Nu de spelregels voor duurzaamheidsrapportage onder de CSRD vastliggen, is de vraag: hoe bouw je een rapport dat werkt? Bij wave 2-bedrijven – in scope vanaf boekjaar 2027 – horen we vaak dat compliance en leesbaarheid aparte doelen zijn. “Eerst moet ons rapport voldoen aan de eisen van de auditor, daarna volgt de communicatie wel.” Die redenering is begrijpelijk, maar ze leidt tot dubbel werk met halve impact. Hoe pak je het dan wél aan?